
GESCHOTEN IS DE ADELAAR
-derde deel-
Op 't land
--
lieve, zie dat lindeloover
klimmen om mijn kleemen huis,
't spreidt er koelte en geuren over,
verre van het stadsgebruis.
enkel schalt daar 't vogelliedje,
enkel suizelt daar het rietje,
enkel ruizelt daar het vlietje
sluimring op het mos, u toe.
enkel klinkt er 't herdersrietje,
of 't geloei der gladde koe.
o, daar wilde ik met u leven,
met u en ons lieve kroost;
daar, me reeds naar 't veld begeven,
vóor nog de eerste schemer bloost.
na we de onzen zeegnend kusten,
en de zorg in sluimer susten,
zou mij de avond met u lusten,
stil bij de opgeklommen maan,
en ik wilde eens met u rusten,
ginder, waar die kruisen staan.
-
door: Prudens van Duyse(1804 - 1859)
-
zondag 9 juni 1984
-----------------------------------------------------------------------------------------------
-------vervolg van het dagboek-----
Voor Sandor van opa-
Ik heb gehoord dat je voor gaat dragen. Toen opa elf was, moest hij dat ook doen. Ik heb het goed geleerd en het volgende onthouden:
Ik ging vissen in de vijver om het oude slot. Mijn vader maakte een kleine hengel. Een schoolmeisje legde haar hand op mijn schouder en zong:
Pas maar op: alleen gaan vissen,
je bent nog zo klein en min,
als een grote vis gaat trekken
val je er misschien nog in.
Dat was mijn eerste voordracht op school. Dat meisje heette Jogie K. Later kwam ik oma tegen en ben haar helemaal vergeten.
Jouw opa.
-
Maandag-
Gisteren thuis geweest. Mama goed. Leentje was er ook. Mama wil me niet thuis hebben. Leentje zegt van wel. Maar o! het duurt zo lang! Woensdag mag ik weer naar huis. Een doekje voor het bloeden in de honderdveertiende week. Thuis weer gelopen, met behulp van Leentje. Wat een kinderen heb ik toch! Als het mooi weer wil worden verwacht ik mama op bezoek. Het is moeilijk, maar eind goed al goed. Ik wil dat mama gezond wordt en blijft. Geloof, hoop en liefde. Terugkeer van vakantie was een domper: niet naar huis. Ik kan niet harder getroffen worden. Maar niet iedere kogel maakt een wond. Al komen ze soms hard aan.
-
Leentje gebeld. Weer niet naar huis. Tegen een complot kun je niet vechten. Door hulptroepen in de steek gelaten. Hoe lang nog en waarvoor?-Ernst-Het is weer zondag. Gisteren naar huis geweest. Vannacht erge aanval. Ik mag niet naar huis. Al twee jaar niet. Leentje, ik weet dat ik met mijn geschrijf wel eens iemand op zijn tenen trap en dat het mijn sneller naar huis gaan niet bevorderen zal. Maar dan denk ik: "De waarheid vermelden."
-
Zomin de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,zomin zal uwe trouw ooit wankelen of bezwijken.
-
Het is te begrijpen dat de Witte in de verte staat te wenken. En dat hij zich afvraagt: "Wat is ervan terecht gekomen?" Het afscheid was erg en duurde deze keer lang.-
Een groet van een De Witte.
-
Aan al mijn vriendinnen-
Een man krijgen is geen kunst.Hem houden is moeilijker.M: "Nee hoor!""M. ik spreek uit ervaring".
-
Zit in een hele diepe put."Lelijk" zit naast me.
-
Mama, mama-
Jammer dat het gisteren fout liep. Ik had zo graag naar huis gegaan. Vooral nou ik weet dat je me thuis wilt hebben. We hebben veel in te halen. Met een beetje goede wil zal dat wel lukken. We mogen dankbaar zijn voor deze kinderen en kleinkinderen. Je weet, dat mevrouw K. zei: "Je hebt ze nog." Ze wist waarover ze sprak.
Van Jan, zoals hij was en weer worden zal.
-
Leentje heeft gezegd: "Als mama hier doorheen komt zal ze wel een poos naar een verpleeghuis moeten." Dat kan toch niet! Mama moet met mij naar huis! Ik hoorde net iets over de radio: Niet alleen getallen, maar ook toestanden kunnen ondeelbaar zijn.-Vanmiddag de heer De M. gesproken. Misschien ontpopt hij zich te elfder ure nog als een maatschappelijk werker, op wiens terrein dit thuis hoort. Prettig met pastor gesproken. Komt morgen weer.-Zaterdag-Had verwacht vanmiddag gehaald te worden voor bezoek aan mama. Weer mis. Tegen Rietje gezegd: "Vanavond kan het nog goed komen." Vannacht weer een aanval gehad. Nog een en alles is opgelost. Voor die tijd wil ik nog een keer naar huis. Al honderd en twintig weken. Blijft utopie. Vanmorgen geen nevel. Nu de dag nog. De Genestet zal nooit vermoed hebben dat daar ooit zo naar uitgekeken zou worden. Zes borrels gekocht. Helpt ook niet. Opa zit gelaten op te nemen wat er gebeurt. Hij heeft met me te doen, maar kan ook niet helpen. Ziet aan me dat ik moeilijk verder kan. Probeert me met krakelingen en theebeschuitjes op te beuren. Geef een sigaar als tegenprestatie. Boterpunt van mevrouw B. Nog steeds niks gezien. Drie kinderen, acht kleinkinderen en een vrouw.Niet verbitterd, maar hopeloos.Er was eens een hoveling, erg secuurmaar de pijlers gingen het begeven op den duur.-Waarom zat die deur naar de trap op slot?
-
Zondag, 26 augustus-
Simon vandaag jarigBloemen op tafel gezet.Familie De Wit leeft van kleine attenties en veel bloemen.Mama gefeliciteerd en bedankt voor enige zoon. En dochters niet te vergeten.-
Een standvastige De Witte.
-
Zaterdag-
Simon en Lies geweest. 't Was hoog tijd. Heb ze eenhele tijd niet gezien. Niet naar de kerk geweest door hun bezoek, terwijl ik wist dat pastor S. voorging. Pastor bloemen op mijn kamer gebracht. Mama nog steeds hetzelfde, terwijl wij zitten te wachten op verbetering. O God, laat mama beter worden. Voor Lena, Rietje, Simon en mij. Vanmiddag tante Dirkje gesproken. Een beetje pessimisme. Heb haar getroost door te zeggen dat mama een Markus is. Die hebben bewezen tegen een stootje te kunnen. Laat mama daar ook bij zijn!Lies gezegd, dat ze maandag weer komen.Als ik af en toe maar wat hoor over mama. Hoewel Lena en Rietje daar hun best voor doen, waar ik niet te klagen over heb. Misschien regelen de dochters dat ik gauw eens naar mama kan. Maar o, wat duurt het lang! Gisteren honderd en drieëntwintig weken. Iedere morgen nevelen, maar de dag moet nu snel komen. -Zondag fijne dag. Ik hoop dat je nog lang een ZONdag mag blijven! Zolang wij onze zorgen kunnen blijven uitwisselen, zal onze band hecht blijven.
-
O beukeboom, wat ben je toch een steun voor me geweest. Dat je nog lang m'n tuin mag sieren en ik je om raad kan vragen. Vanmiddag tante Dirkje weer gezien. Wat lijkt ze toch veel op mama! Ik heb haar beloofd dat we eens langs komen als we weer thuis zijn. Ik heb mezelf getroost: zolang tante Dirkje er nog is, ben jij er ook nog. Vanmiddag met G.-senior koffie gedronken en boerenjongens gekocht.
-
Mama hard ziek. Wil samen nog een paar jaar leven met een thuis voor de kinderen. Lena help!
-
1 September 1984-
Opa, er zijn dingen tussen hemel en aarde die we niet begrijpen. Maar wie op God vertrouwt heeft niet op zand gebouwd. Opa dit was de oudste dochter. Ik was in het ziekenhuis bij mijn vrouw. Ze is erg ziek. Met God's hulp wordt ze beter.-Hij schuurt zich zijn kop aan zijn kooimaar blijft achter tralies versmachtender smart en der wanhoop ten prooi.-Maar K. neem me niet kwalijk dat ik dit voor mezelf moest schrijven terwijl ik aan je denk. Met een bede aan God om mama te sparen, wacht ik op de late telefoon, die tot nog toe steeds bemoedigend was.-Zondag
-
Hoera, mama doet haar ogen weer open!'t Zijn moeilijke dagen geweest, maar de pastoor heeft me steeds overtuigd dat elke dag er een gewonnen is. En dochters die me daar steeds op wezen. Maar ze is er nog. Ik kan nu wat optimistischer zijn.
-
9-9-1915 - 9-9-1984-
Mama gefeliciteerd met je verjaardag.Dank voor alles wat je voor me gedaan hebt en wat je voor me geweest bent.Ik heb jou nog en jij hebt, och arme, mij.Ik zie de dag naderen waarnaar ik zolang heb uitgekeken.-
De oude Jan de Wit.
-
Kaart aan mama in het ziekenhuis, kamer 522-
Mama,Probeer de moed er in te houden. Ook hieraan komt een einde en vergeet niet de mooie jaren in 't oude huisje. Dat we er nog lang in zullen wonen is de wens van papa.
-
Vrijdag, 5 oktober 1984-
Mama gisteren begraven. Nou is ze weg. Wat moet ik nou? Vandaag melancholisch. Denk veel aan mama. Ze is nog in ons midden. Lies zou vandaag komen. Niet gezien. Tegenvaller. Vandaag honderd vierentachtig weken. O mama, wat hebben we veel gemist. Maar we hebbenook veel gewonnen. We hebben Hem gevonden met het vertrouwen dat Hij onze kinderen zal beschermen.
-
Donderdag 11 oktober-
Droevige dagen. Mama weg. Kinderen veel beloven en weinig geven. Vanmiddag komt Rietje. Daar kan ik altijd van op aan. Wil nog altijd naar huis. Kan niet. Er is altijd wat. 't Is moeilijk de pijlers overeind te houden. Mama gezien. Geeft een beetje houvast. Moeilijk thuis gekomen. Mama bijgesprongen. Verdwijnt op dezelfde manier. In onze gelukkige jaren zijn we God vergeten. Inmiddels hersteld. Leentje beloofd: denken aan naar huis. Maar "ja" zal altijd "nee" betekenen.
-
Toen ik hier kwam was ik ervan overtuigd dat uit de nevelen eens de dag zou rijzen. Helaas moet ik met Troelstra zeggen: "Ik heb me vergist." Geen mama. geen huis, geen leven. De Duitsers zeggen treffend: "Ich kann nicht ohne dich".-Woensdag-Gisteren winkelcentrum Utrecht geweest. Bracht een beetje afwisseling. Mooi weer, een gezellige dag. Duur. Onbegrijpelijk dat alle winkels er een bestaan uit halen. Sigaren in Gouda fl.9,30. In Utrecht fl.9,80. Hoefde voor A. niet te betalen, wat ik beloofd had. Volgens Leentje te veel geld gebruikt. Is vandaag niet geweest. Hopelijk vanavond. O mama, wat missen we je! Ook niet meer naar huis. Vanavond toneelavond. Geeft vertier. Vanmiddag kantine gesloten, dus geen kosten. Leentje's woensdag weg, maar morgen Rietje.-Zondag, 14 oktober-Geschoten is de adelaar.
-
Heel de middag uitgekeken. Geen bus. Geen bezoek. Vannacht mama weer geweest. Eerst geslapen. Leentje gebeld. Denkt dat ik gedroomd heb. Er zijn dingen die enkel mama en ik weten. Een kleine liefkozing zoals alleen mama dat kan. Vannacht was ze er.-geschoten is de adelaargeknot in zijn schachtenhoe breed hij zijn vlerken ontplooimet klauw en met snavel beproeft hij zijn krachtender smart en der wanhoop ten prooimaar met God komt hij uit het gevangzal hij straks weer dansen met mama op engelengezang.-21 oktober 1984-Al weer drie weken. Wat waren ze moeilijk. Ik moet naar huis. Geen hulptroepen. Met vol vertrouwen op die Ene zal het er toch van komen, ook aan het einde van mijn dromen. Vannacht tak wel gebogen van de boom. Eens zal hij breken. Weer zondagmorgen. Ik denk aan die verschrikkelijke zondag, drie weken geleden. Terneergeslagen en huilende kinderen. Ik denk aan Rietje, die me altijd troostte, maar die nu zelf troost nodig had. Alles afgelopen. Mama weg. Zonder mama geen familie De Wit. Wat nou? Ja, verder leven, maar hoe? Veel troost van pastor en de kinderen. Pastor deze week met vakantie. Donderdag bij Rietje geweest. Gisteren Leentje op bezoek gehad. Fijn. Maar mama weg. Veel medeleven van opa. Leentje gezorgd voor mooie bloemen op tafel. Traditie: familie De Wit en bloemen. O mama, als ik het over mocht doen! Dan zette ik je huis vol bloemen. Maar ze is weg. Iedere gunst van de kinderen beschouw ik als rechtstreeks van en voor mama. Maar zolang God en mama bij me zijn zal ik toch een keer naar huis kunnen. O God, help me. U kunt alles: naar huis met mama.
-
Woensdag eind oktober 1984
Tak gebroken. Ligt op straat. Bijna dood. Hoe lang nog? Auto's snorren voorbij. De straat is hard. Overal pijn.
------------einde deel 3------------

Geen opmerkingen:
Een reactie posten