
GESCHOTEN IS DE ADELAAR
Dit is het dagboek dat mijn vader geschreven heeft toen hij in het verpleeghuis zat.
-----eerste deel-----
Voorwoord van Lena:
-
In 1982 werd mijn vader, na een kleine operatie, getroffen door een hersenbloeding. Ik was er bij toen het gebeurde. Weken lag hij in coma en toen hij bij kwam bleek dat hij links geheel verlamd was.Enkele maanden later overleed mijn oma (van mijn moeder's kant). We besloten dat niet aan papa te vertellen, omdat we dachten dat hij dat niet aan zou kunnen. Dat heeft hij ons later erg kwalijk genomen. In zijn dagboek zinspeelt hij daarop.Het schrijven, dat hij aanvankelijk met veel plezier en enthousiasme begon, werd later meer en meer een dwangmatige handeling die hij moest verrichten,omdat hij dreigde te stikken in alles wat hij wilde, maar niet kon vertellen.Op papier lukte het hem nog zinnen te formuleren, hoewel hij meer en meer in telegramstijl overging. Op het laatst liet hij gedeeltes van woorden weg of schreef hij halve letters. Aan het eind heb ik van die wirwar van woorden een leesbaar geheel moeten maken, maar ik weet zeker dat er staat wat hij bedoelde.
Zijn opname in het verpleeghuis had niet het resultaat dat wij ervan verwachtten. Na een aanvankelijke verbetering ging zijn toestand, zowel lichamelijk als geestelijk, achteruit. Met vlagen wantrouwde hij iedereen: de doktoren, de maatschappelijk werker, de verpleegkundigen (die hij vaak bijnamen gaf), zijn familie........
Van de dominerende, op de dictatoriale man af, die hij geweest was, bleef niet veel over.
In het begin heeft hij hard gevochten om beter te worden, maar toen mijn moeder, na een vreselijk ziekbed, op 30 september 1984 overleed, gaf hij alle moed op. Eens heeft hij zich, volkomen wanhopig, in zijn stoel de drukke weg op laten rollen die voor het verpleeghuis loopt. Voordat hij die bereikte, sloeg de stoel om. Het enige dat hij er over schrijft is: "Tak gebroken. Ligt op straat. Bijna dood. Hoe lang nog? Auto's snorren voorbij. De straat is hard. Overal pijn".Op de dag af, negen maanden na mama, op 1 juli 1985, overleed mijn vader aan een nieuwe hersenbloeding.-Het dagboek toont zijn humor, verdriet, woede, angst, achterdocht en wanhoop.Twee dagen na het overlijden van papa, kwam tante Greet, tengevolge van een verkeersongeluk, om het leven.
----------------------------------
oordeel niet over uw naaste
totdat gij gekomen zijt
op zijn plaats,
versmaad geen mens en
acht geen zaak onmogelijk,
want er is geen mens
die zijn uur niet heeft
en er is geen zaak
die zijn plaats niet heeft.
-
uit: bronnen van joodse wijsheid.
-
Begin van het dagboek van Jan de Wit, geboren op 15 april 1911 te Lekkerkerk, overleden op 1 juli 1985 te Gouda.
-
----------Zomer 1983----------
Dit wordt het verhaal over het ontstaan van de familie de Wit. Naar afgeluisterde gesprekken tussen mijn vader Simon de Wit en zijn twee zwagers: Bertus Jansen en Henk Pardoel.Mijn vader had drie zusters, terug te vinden in:Neeltje Cornelia, Margaretha en Sara.Op school leer je: 800 - 1000: De Noormannen komen in ons land. Wie waren die Noormannen? Het waren oorspronkelijk zeerovers, maar ze hadden naar hun zin niet altijd buit genoeg. Toen verzamelde "De Witte", zo genoemd naar zijn lichte haar, schepen om zich heen want hij had een fantastisch plan!Hij had gehoord dat er in Holland, langs de Lek, een stad lag van goud en zilver: Schoonhoven.Ze kwamen met platbodemschuiten en konden daarmee overal komen: over uiterwaarden en ondergelopen streken. Aan eten was geen gebrek. Er waren hier en daar Germaanse nederzettingen, meest boerengemeenschappen. Dus volop eten en drinken. Maar ook de bierbrouwerij stond op een hoog peil. Een kolfje naar de hand van de rovers. Maar ze moesten naar Schoonhoven, met de veerpont als enige toegang. Die werd met man en macht verdedigd door de bewoners. Doch De Witte, ook niet gek, dacht: 'niet er doorheen, dan er omheen'.Hij stuurde tien schepen met ieder twintig man aan boord, een kilometer stroomafwaarts. De toestand van de dijk was slecht. Tegenwoordig heet dat nog 'De Kat'. Op die manier besprongen ze de verdedigers van de veerpont in de rug.De Witte zou in de Lopikerwaard zijn stempel zetten. Er zijn daar veel nakomelingen, te herkennen aan het rode en blonde haar en de witte baard. Van die Noorman is bekend, dat hij in eenzame boerderijen de boer uit bed haalde en in de warme bedstee dook. In de tijd dat iedereeneen naam moest hebben, bleef De Witte "de Witte" en later bij vereenvoudiging "de Wit". Ik schrijf dit omdat verschillende de Witten daar vandaan komen.-
Zo waarheidsgetrouw mogelijk opgetekend door: Jan de Wit.
-
De pruimenboom-
Ben geboren: Lekdijk B 408 te Lekkerkerk, aan het begin van Schuwacht.Het eerste dat ik me herinner is de pruimenboom bij de buren. Zodra we 's morgens naar buiten mochten, was de eerste gang naar de pruimenboom. Helaas werd de voet van de boom ook gebruikt door de honden uit de buurt. Maar onze zucht naar een lekkere pruim werd er niet door getemperd. De boom is al lang weg. De stank van de hondepis ben ik echter nooit kwijt geraakt.
-
-
De pruimeboom
-
Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
't Scheen dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen
voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader,
kom, mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
nu heeft vader Jantje lief.
Daar op ging Papa aan 't schudden,
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
en liep heen op een galop.
-
door: Hieronymus van Alphen
------
(L: dit gedicht stond niet in het dagboek, hoewel papa het heel goed kende)
----
roeie roeie schuitje
Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
't Scheen dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen
voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader,
kom, mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
nu heeft vader Jantje lief.
Daar op ging Papa aan 't schudden,
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
en liep heen op een galop.
-
door: Hieronymus van Alphen
------
(L: dit gedicht stond niet in het dagboek, hoewel papa het heel goed kende)
----
roeie roeie schuitje
over Lek's een duitje
Streefkerk en Lekkerland
roeibootje naar de overkant.
-
wiek wiek wiek
wat stinkt die kaarsenfabriek
maar als straks de wind draait
wordt ook de stank weggewaaid.
-
Een bewijs dat al die vroegere liedjes plaatselijk- of omstandigheden-gebonden waren.
-
De ondergang
-
Was steeds onder controle bij het ziekenhuis in verband met te dik bloed. Bij een van de onderzoeken bleek, dat er zich een poliep in mijn dikke darm ontwikkeld had. Volgens de dokter niet zo erg. Ze zouden hem wel even verwijderen. Nog steeds volgens de dokter: niet zo'n zware ingreep.Maar de gevolgen waren funest. Op de eerste plaats een pijnlijke behandeling. Na twee dagen kreeg ik in de gaten dat ik voorlopig niet naar huis zou kunnen. De altijd aanwezige heimwee, in combinatie met de pijn van de ingreep, waren voor mij verschrikkelijk. Vooral de heimwee, die me aan die tijd in Duitsland deed denken, was ondraaglijk. Ik wil naar huis. Nog steeds heimwee. Altijd.-Het noodlot kwam in de vorm van een bloedopstopping in mijn hersenen, waardoor een gedeelte werd uitgeschakeld. Gevolg: verlamming van het linker gedeelte van mijn lichaam. Geruststelling van alle kanten: het komt wel weer in orde. Mijn eerste hoop kreeg ik na therapie in het ziekenhuis. Doch ik werd na eenentwintig weken overgeplaatst naar een verpleeghuis. Volgens iedereen was dat het ware. Ik zou na zes of zeven weken weer normaal kunnen lopen. Wat een desillusie!-Intussen blijf ik maar naar huis verlangen. Bij iedere gelegenheid vraag ik: "Wanneer mag ik nou naar huis?" Maar steeds afwijzing. De medische wetenschap heeft iedere keer weer een reden om me hier te houden. Ik las toevallig weer over de rechten van de mens. Maar als ze juist door academici met voeten getreden worden, waar zijn ze dan voor gemaakt? Niet voor 95% van het mensdom. "Men" beslist voor je, zodra je oud en zwak bent! En ik kan mijn stem niet meer zo laten klinken als vroeger. Ik sta machteloos.
-
Brief aan tante Greet-
Tante Greet ik wil je graag enkele vragen stellen, verband houdende met je maatschappelijke funktie en je sociale overtuiging.Mogen medici en semi-medici mij onbeperkt vast houden? Zijn deze zogenaamde wetenschappers er voor de patiënten of zijn de patiënten er voor het dikke tractement van de heren?Mogen deze heren ziekten versnellen en bevorderen?Waarom academici altijd tegenover ongeletterde patiënten gesteld?Verder zou ik nog graag een onderhoud hebben met onze huisarts.Ik wil naar huis. Antwoord steeds: "Nee".Ik begin langzaamaan te denken dat je in deze tijd niet oud mag worden.-
Je broer Jan.
-
Vakantie-maandag:
Tweemaal naar de stad geweest. Mooi stadje, veel winkels.Sigaren ingeslagen. Nieuwe blocnote gekocht.
-
dinsdag:
Vanmorgen naar de markt in Epe geweest.
-
woensdag-
Mooie dag gehad in Flevohof, maar Leentje waar blijf je? Anders red je me op woensdag altijd. Bellen doe ik niet meer. Ik mag niet naar huis. Twee dagen onder de hoede van de dokter geweest. Zou alles met de pastor opnemen, m'n enige hoop. Zijn manier is anders. Ik geloof effectiever. Uiteraard veel gepraat. Een man op de juiste plaats. Uit de nevelen zal de dag zeker eenmaal rijzen. Voor alles ben ik overtuigd, dat alles een begin en een einde heeft. Bij 't leger geleerd: zorg voor voldoende reserven. Zijn mijn reserven voldoende? Ik denk het niet. Maar ik heb wel geleerd wat de waarde der aanwezige troepen is. Morgen naar Harderwijk en Dolfinarium. Ik hoop op een goede begeleiding.
-
Brief aan mama-
Mama,Ik heb het hier buitengewoon. Nog vier dagen en we komen weer naar Gouda. En ik hoop naar huis. Gisteren naar Het Loo geweest. Daar was paardrijden. Prachtig. Daar hou je toch ook zo van? Tilbury's, buggy's, oude koetsen. Met krachtige glimmende paarden en mensen in klederdracht. In het restaurant naast Het Loo koffie gedronken. Het Loo, waar de geest vanPrins Hendrik nog aanwezig is. En zijn dicterende Wilhelmina. Je weet, dat ik me daar een voorstelling van kan maken. Het is hier heel mooi en, naar ik aanneem, gezond, mijn eetlust in aanmerking genomen. Als we straks allebei weer beter zijn lijkt het me gewenst om in deze omgeving een tijdje door te brengen.-
Jan.
-
Dromen zijn bedrog-
Renate Heemskerk gezien. Interessante vrouw. Kan ook goed zingen. Maar direkt bij haar eerste optreden was het mannetje met de pijl aanwezig. Ik dacht: "Oppassen Jan, anders wordt het donderen."Bij haar laatste liedje zong ze: "kom in mijn armen, dan droom ik van jou."Ik heb er nederig op gewezen dat ik een verlegen jongen ben. Hierna heeft ze heel gevoelig "Edelweiss" gezongen. Een beetje voor mij.
-
De muis-
Hoe ik precies in elkaar zit weet ik niet, maar ik had naast mijn dagelijkse beslommeringen ook nog last van slapeloze nachten. Op een nacht kon ik weer niet slapen. Dus naar beneden op de bank gaan zitten. Ik zal ongeveer vijf minuten gezeten hebben, toen mijn aandacht getrokken werd door iets wat bewoog op de vloer. Het bleek een muis te zijn. Terwijl hij naar me keek, een beetje angstig, en ik tegen hem zei: "Stil maar de ouwe doet geen kwaad", kon ik aan hem zien, dat hij me begreep. Hij trippelde verder, waarschijnlijk op zoek naar verloren broodkruimels. Tevergeefs, want mama is heel schoon, Ik heb er nog even aan gedacht om in de keuken een stuk kaas te halen, maar ik was bang dat hij bij mijn terugkomst weg zou zijn. Toen moet ik in slaap gevallen zijn en ik heb hem niet meer gezien. De volgende morgen mijn belevenis aan mama verteld. Had ik niet moeten doen. Want mama houdt, als goede huisvrouw, niet van muizen in huis en ze zette een muizenklem met kaas er in. Mijn vriend de muis tippelde er in. Je begrijpt de afloop wel. Ik heb nog enkele stichtelijke woorden tot hem gesproken voor hij in de vuilnisemmer verdween.
-
Dit was een terugblik naar vervlogen tijden.Huis-thuis-mama.Vakantie?
-
Einde van een vakantie
-
Een mooie van de zuster:
"Mannen zijn allemaal eender, met 't zelfde sop overgoten."
Kun je zien hoe schoon mannen zijn!Wat is een man zonder vrouw?
-
Al wat ik heb aan liefde en trouw
behoort aan een ander
en niet aan een vrouw
-
Liefde is niet te koop
of te verkopen
zonder anderen te krenken
-
Dit is het einde van een vakantie.Het had zo mooi kunnen zijn.Met jou.-
Hartelijk afscheid bij 't weg gaan.
-
ThuiskomstNiet welkomNiet naar huis.
-
We komen altijd voor beslissingen te staan waardoor we de verkeerde of de goede weg op kunnen. De mijne was blijkbaar niet de goede.
-
Vrijdag 1 juni-
In de hoogste klas van de lagere school hadden wij een onderwijzer die ook het hoofd was van de Eerste Openbare Lagere School te Lekkerkerk.Deze mijnheer Nijland was een grote bewonderaar van De Genestet en probeerde dat ook zijn leerlingen bij te brengen. Hij praatte veel en ik luisterde graag naar hem. Op een middag zei hij: "Jongens, ik schrijf een vers op het bord. Dit moeten jullie netjes overschrijven en uit je hoofd leren." Ik herinner het me nog, al is het zestig jaar geleden en was ik een jaar of twaalf. Het ging zo:
-
Welgelegen woont gij buiten
Of is 't uitzicht daar zo schoon?
Of uw straatje door de ruiten?
Neen, doch weet ge waar ik woon?
Vlakbij 't kerkhof.
Alle doden moeten
steeds mijn huis voorbij
en verkonden stille beden.
Heden ik en morgen gij.
-
Vlakbij 't kerkhof,
maar één stapje
en je staat er angstig voor
komt mijn tijd voor 't laatste stapje
ik heb geen rijtuig nodig hoor.
Voor de schooljeugd is 't vakantie
iets zeldzaams in de week,
maar meester is uitgetogen
in 't zwart met een grote steek.
-
Daar ik mezelf beschouw als doorgever van dingen die beslist niet vergeten mogen worden. Met de hoop, dat er hier en daar van mijn geschrijf iets mag blijven hangen.-
Voor Leentje die alles wil weten.Voor pastor als wederdienst.Voor R. haar verzameling.
-
Tante Greet geweest.Peren op mijn kast gelegd.Ik vertoonde intussen mijn kunsten aan vijf studenten bij therapie.
-
Koot en De Bie anders gezien. Proberen tussen ja en nee te laveren. Dokter komt binnen en onderhoudt zich met dames achter.Niet naar de zin van De Bie, die eist belangstelling door harder te kuchen.
Zwarte komische zuster. Ik krijg druppels in mijn oren.
Zuster vraagt: "in je ogen of je oren?"
Zuster zegt: "Nee, we nemen je neus."
Toch mijn oren maar genomen.
Even later ging Koot van de weeromstuit ook kuchen.
-
Nadere kennismaking met mevrouw v.d.D.Komt uit Bergambacht uit een bakkerswinkel.Hoort thuis in B. Sympathiek en belangstellend.Jammer, een gehoorhandicap.
-
Sociale natuur op- en misvattingen:
Het natuurgebeuren in de Lek is niet volledig zonder eendenkooi. De eendenkooi: een overschot van een grote dijkdoorbraak. Sinds enkele jaren eigendom van Natuurmonumenten. Wordt enkel nog gebruikt voor het merken van vogels. Een bezoek aan de tegenwoordige kooiker is noodzakelijk. De dijk, die over de doorbraak is gelegd, wordt nog steeds "Bakkersdijk" genoemd. De reden hiervan is:Toen de dijk doorgebroken was probeerde men op alle manieren het gat te dichten met zand en allerlei materialen. Wat niet gelukte. Tot Leen Bakker zich ermee bemoeide, die voorstelde het met zakken meel te proberen. Zo gezegd, zo gedaan. En het lukte! Vandaar de naam Bakkersdijk.-
Dit verhaal is mij verteld door Louw Broere, waar ik enkele jaren werkte. Louw is later wethouder van Lekkerkerk geworden. Hij was overtuigd liberalist en besmette ook mij tussen mijn veertiende en zeventiende jaar, hoewel bij ons thuis alles SDAP was wat de klok sloeg.
Dit verhaal is mij verteld door Louw Broere, waar ik enkele jaren werkte. Louw is later wethouder van Lekkerkerk geworden. Hij was overtuigd liberalist en besmette ook mij tussen mijn veertiende en zeventiende jaar, hoewel bij ons thuis alles SDAP was wat de klok sloeg.
-
Een van de redenen waarom ik dit natuurgebeuren beschrijf is, dat R., dokter, eens tegen mij zei: "Jan, schrijf een boek. Dan word je geteld en hoor je erbij."Het is nu te laat daarvoor, maar op deze wijze kan ik toch het verhaal doorgeven, wat een van de belangrijkste dingen is die een mens moet doen in zijn leven. Voor de volgende generatie. Anders gaat alles verloren.-
De kooi is later op natuurlijke wijze omzoomd door hoog opgaande bomen, lage struiken met rietachtig gras en brandnetels. De lage struiken werden al gauw bewoond door dieren en de hoge bomen in beslag genomen door aalscholvers. Hierover later meer.
De kooi is later op natuurlijke wijze omzoomd door hoog opgaande bomen, lage struiken met rietachtig gras en brandnetels. De lage struiken werden al gauw bewoond door dieren en de hoge bomen in beslag genomen door aalscholvers. Hierover later meer.
-
Paling-
Als schooljongen zaten we altijd aan de Lek te knoeien. We vonden onder andere onder stenen: glasaaltjes. Een prooi voor broodvissers en aalscholvers. De aalscholvers tierden welig, eten genoeg in de Lek en nestgelegenheid in de hoge bomen van de eendenkooi. Alle takken en struiken onder hun nesten waren wit van hun uitwerpselen. Wij keken altijd belangstellend toe wanneer de oude vogels terug keerden op hun nest en de jongen gevoerd werden.Palingen die enkele jaren in zoet water geleefd hebben gaan, als ze geslachtsrijp zijn, weer naar hun geboorteplaats terug, wat ergens in zee is, om te paaien. Zo wordt een nieuwe generatie glasalen geboren, die later het zoete water opzoeken en heel snel groeien ten bate van voedsel voor de aalscholvers. Zorgen ook voor het inkomen van de broodvissers.Wie de eendenkooi gekend heeft met zijn vele vogels moet dan begrijpen dat de aantallen glasalen die de zoetwaterplaatsen bereikten, veel geringer waren dan bij de aanvang van de grote reis. Hun ingebouwde wil tot zelfbehoud verklaart het weg kruipen onder grote stenen, waar wij ze voor 't eerst zagen.Dus broodvissers en stropers uitschakelen en na luttele jaren zal alles weer op peil zijn. En de aalscholver terug laten komen, wat niet moeilijk zal zijn als hun tafel gedekt is en er voldoende nestgelegenheid geboden wordt.
-
-Op school geleerd:
-
-Op school geleerd:
De Rijn ontspringt van de Sint Gotthart.Via het Bodenmeer werden veel stenen meegevoerd uit de bergen. De grote stenen kwamen het eerst tot rust. Het water stroomde maar door, naar het laagste punt. Via Lek en Maas naar zee, de kleine stenen zoals zand en grind achterlatend. Vooral bij Opperduit en Bergambacht werden veel zandbanken gevormd. Daar in de tijd van voor 1914-1918 veel zand nodig was voor industrie en boerengebruik, kwamen er ondernemende mensen die zand gingen baggeren en het verkochten aan degene die het kon gebruiken. De schepen werden Waalschepen genoemd.
-
Maandag
-
Vandaag Lekkerkerker gesproken, Aart van Gijs B., een jongere uitgave van de grote koopmansfamilie B. Nadat de varkenshouderij bij de veeboeren zich uitbreidde, stortten de zonen van de familie B. zich op de varkenshandel. Dat legde hen geen windeieren. Twee grote boerderijenplus, naar ik aanneem, enkele losse centen. De broers heetten respectievelijk: Aart, Marcus, Gijs en Marien. Op school in mijn klas zat ook Jan D., wiens moeder een zuster was van de gebroeders. Het zag er voor Jan rooskleurig uit. Hij werd protégé van ome Aart. Helaas stapte Jan er op jeugdige leeftijd uit.Geslachten komen en gaan.Verder waren er nog: Louw, Henk en Kees. Die wierpen zich op de kaashandel. Met goed gevolg. Onafhankelijk van de gebroeders bestond er nog een veehoudersfamilie. Broer hiervan is mij nog bekend.
-
Louren's oudste zoon, Koos B., kreeg de boerderij aan de Tiendweg. Koos trouwde met Pietje, dochter uit een rijke boerenfamilie. Zij kregen twee zonen en een dochter: Louw, Piet en Geertrui. Het bijzondere hiervan is, dat ik bij Louw vier jaar boerenknecht geweest ben. Geertrui trouwde met Jan V., een boekhouder. Piet ging naar Delft en stampte later een constructiebedrijf in Gouda uit de grond. Eén ding wil ik niet onvermeld laten: Klaas Z. met een grote beugel, ging met Piet's vrouw aan de zwier. Dat heb ik zelf gezien.Deze gedachten bij het verschijnen van Aart.
-
Nader onderzoek moet ik nog instellen naar een arbeidershuisje in de laagte, rechts van de kooi. Met een schoolkameraad, Kees, bracht ik er wel eens een bezoek. Het werd bewoond door een heel oude man. Kees noemde hem 'opa'. Als ik de familie van Kees terugga, moet hij Van V. geheten hebben.
-
Alles wat leeft behoort tot de natuur. Ook de mens. We kunnen niet ongestraft iets uitschakelen. Dat leidt tot vernietiging van het geheel.
-
Leentjes bloemen zijn pure schoonheid. Moedigen mij aan op de ingeslagen weg door te gaan. Ik moet weer denken aan: ze kwam, zag en......
-
Zondag 4 juni-
1931: Oranje Nassaukazerne, Bergen op Zoom.
Eén keer per week een mars, halve compagnie op ziekenrapport. Dokter had de rang van kapitein en wist van wanten. Een handje aspirine en vol moed trokken we er op uit en zongen:
aspirine voor je benen,
aspirine voor je buik,
of voor blaren op je tenen,
of als je je voet verstuikt,
aspirine voor je oudje,
aspirine voor je hond,
aspirine voor je vrouwtje
als er weer een kleintje komt.
aspirine zal niet hinderen
voor je vrouw en voor je kinderen,
dokter wil ik niet meer zien:
ik zweer trouw aan aspirien.
Op alle marsen werden we vergezeld door een marketentster, een oudere dame van een jaar of vijfenzestig. Ze heette Anneke. Zij zorgde voor verfrissingen onderweg. Een uitdrukking van haar zal ik nooit vergeten:"Motte gullie nog druk?"
Jaren later ben ik er nog geweest, maar de geest was er niet meer.
-
Pastoor-
't Was in 1931.
Acht uur appèl. We waren vrij. Dame wachtte buiten de poort en stelde wandeling voor. Okee. Richting hei.
Na een uur moeheidsverschijnselen. Dame stelde rustpauze voor.
Plaats was gauw gevonden.
Nou wilde het toeval, dat meneer pastoor dezelfde weg had uitgekozen voor zijn morgenwandeling.
Op een zeker moment werden de takken uit elkaar gebogen en stond de pastoor in zijn volle glorie de toestand te overzien.
Pastoor wenste "goedemorgen" en voegde er aan toe: " 't Kan me niet schelen wat ge doet, maar ge treft goed weer", waarna hij zijn weg vervolgde en wij ons werk. Er zal wel zegen op gerust hebben.
-
Zaterdag-
Dat is in mijn herinnering achter gebleven als de mooiste tijd van mijn leven. Nu zijn ze groot en hebben, door de lieve kleinkinderen, oude herinneringen bij me opgeroepen. Dat ze nog vele jaren gelukkig mogen zijn is de wens van hun vader.
Mama, ik kijk iedere dag naar je uit, maar je dochters zijn goede vervangers. Ik verheug me al op het bezoek van morgen.
-
O kanarie van 'bezigheid', wat ben ik blij dat je mijn dagen wat opfleurt. Het kan ook niet anders: de één gevangen in een kooi en de ander gevangen in een verpleeghuis. Vanmorgen heb ik je getroost dat ook eens jouw kooi open zal gaan, evenals de mijne. Een compliment voor je omdat je me zo goed begrijpt. Dus hou je taai tot onze bevrijding. Dan vliegen we samen weg. Met die gedachte hebben ze me al vierendertigweken zoet gehouden.
-
Een slavendrijver is nuttiger voor de maatschappij dan degene die, gehersenspoeld, met moeite overeind kan blijven. Leve de medici die deze middelen gebruiken! Ik hoop dat voor hen spoedig een Berlijnse Kristallnacht aanbreekt. Dit tot nut van het algemeen. Dan zijn we eindelijk verlost van hun chemische oppeppers die ons in leven moeten houden. Verliezen doen ze toch. Het goede heeft altijd gewonnen.
-
Simon waar ben je? Of houdt de familie weer wat verborgen? Daar zijn ze nogal handig in. Ik kan je ook niet helpen. Ik zit zelf gevangen. Met klauw en snavel probeer ik vrij te komen. Der smart en der wanhoop ten prooi. Eens zal de reden om mij vast te houden achterhaald zijn. Maar ik wil weten waar je bent. Vanavond komt Rietje. Ik hoop dat ik wat wijzer zal worden. Zaterdagmiddag en zondagmiddag mag ik naar huis. Ik hoop je dan te zien, want onzekerheid over jou sloopt m'n reserves. Ik ben uitgeput. Ik heb genoeg gehad.
-
6 juni-
een hond is vermaard
om zijn gezellige aard
zijn neus doorgaans rond
staat gewoonlijk in 't front
en zolang die maar nat en fris is
is 't een bewijs
dat mijnheer zo gezond
als een vis is-een hond is
iemand die van zijn baas bijzonder veel houdt
die hem zogenaamd als zijn derde vader beschouwt
en die hem dikwijls een hele boerenwoning toevertrouwt
waar hij door blaffen bedelaars en dieven vandaan weet te jagen
en de post van portier waarneemt
zonder er ooit geld voor te vragen-
uit de computer van 1923
-
donderdag 29 september-
Vannacht vreselijk gehad. Pijn en kramp overal. Ging met warme melk over. Bang voor weer vijfenzestig weken. O die nachten! Gelukkig is deze weer voorbij. Voor het eerst Leentje geroepen. Ik wil zo graag naar huis.
-
Donderdag 11 oktober-
Conclusie op de vraag van zuster J:Wat een vraag!
"De Wit kunt u me in het kort zeggen wat de taak van een zuster is?"
Mijn eerste impuls is om te zeggen: "Om oude mannen wat op te kikkeren."
Maar de dame was te serieus om er zo vanaf te komen.
Eerst wat over de patiënten die om de zuster roepen als ze iets dwars zit. Een voorbeeld uit m'n eigen kamer:
Een mijnheer heeft voor ieder wissewasje een zuster nodig. Mijnheer gedraagt zich als een baby, temeer daar hij ook een schone luier moet hebben. Denkt dat de zusters kindermeisjes zijn. Met alle respect voor de zusters die steeds weer komen.
Samengevat: zusters zijn in een verpleeghuis onmisbaar. Mijn bewondering gaat steeds weer uit naar de manier waarop ze hun werk doen. Dat er nog lang meisjes mogen zijn die dit werk willen doen is de wens en de hoop van mij.
-
Woensdag 23 november-
Leentje is toch nog gekomen.
-
Een zondag in november-
Gisteren naar huis geweest. Mama weer de oude. Nog feestelijker door de aanwezigheid van twee dochters. Misschien een begin voor m'n totale terugkeer. Mag woensdag naar Rietje toe. Rietje is jarig. Fijn vooruitzicht. Nog steeds de vraag waarom Mieke Telkamp zingt: "Waarheen, waarvoor?"Voor mij geldt ook nu nog: een goed leven is waard om geleefd te worden.Dit moest ik even kwijt.
-
December:De engelen-
Vanavond goede vooruitzichten. Morgen naar huis. Mama vandaag geweest. Maagtabletten en warme melk gehad. Maar och, om elf uur maagpijn. J. kwam met warme melk maar de pijn ging niet weg. Heel de nacht gehoord:
Stille nacht, heilige nacht.
En daar ik altijd overal op probeer te rijmen kwam ik tot de volgende kreukel:
stille nacht, heilige stond
en, toen de zusters de gang op kwamen ging ik verder met:
en de engelen zweven in het rond.
-
De engelen zweven maar door met hun nuttige en dankbare werk. Sedert Eerste Kerstdag kan ik op twee benen staan. Bewijs: God laat niet alleen de engelen zweven, maar laat ook de mensen lopen.
-
------------------
1984
------------------
Zondag 3 februari-
Zuster veel vragen gesteld. Al het oude weer opgerakeld. Had zo'n prachtig vooruitzicht. Maandagmiddag naar Leentje. A.s. donderdag bijeenkomst van kopstukken. Nachten veel beter. Niet ziek wel slapen. Goede w.c. als de zuster niet tegenwerkt. Goede w.c. minder maagpijn. Donderdag bijeenkomst. Pastor aanwezig. Dus weer een beetje hoop. De M. zei: "Niet geschoten is zeker mis." Met het volste vertrouwen op pastor S. wacht ik op een gunstig verloop van donderdag.
-
Het was fijn bij Leentje.Wat een zegen zulke kinderen te hebben.
-
17 Februari-
Gelopen tussen twee lieve zusters. O, waar is de tijd gebleven dat ik zelfs met een stok niet wilde lopen! Maar alles verandert. Hopelijk ten goede. Vanmiddag komt tante Greet. Mogelijk dat mama nog komt. Vannacht pijn aan linkerkant. Slecht geslapen. Moeilijke therapie.
-
Waarom zijn de aardigste zusters de mooiste en de onaardigste het lelijkst?Ik heb nog steeds het vermoeden dat sommige dames om de witte jurk dit vak gekozen hebben.
"Zuster mag ik een asbak?"
Kijkt schuin naar het half gevulde schoteltje en gaat verder.
Geen asbak.
Mevrouw K. uit Gouda: "Dag de Wit."
"Dag mevrouw K."
Het schoteltje raakt vol.Mevrouw B. gesproken. Loopt nog moeilijk. Oude vrouw.Zevende keer zuster geroepen en bij de t.v. vandaan gebeld.Zuster moet 't gehoord hebben. Ze waren in de keuken.Twee zusters komen binnen.De dames mogen naar de w.c.Schoteltje leeg gemaakt. Duurt even.Zuster komt met asbak. Even mijn sigaar op de doos gelegd.
"De Wit dat mag niet."
De Wit onderhand des duivels, maar heeft een asbak.
Mama wat leer ik je waarderen.
-
Bezigheid, 22 januari, met om me heen Zwarte Grete
-
Ter herinnering aan mijn 46-jarige huwelijksdag:
Ik heb maar nooit verteld over mijn Zwarte Grete, jouw voorganger, mama.Wat was je verwaand toen je met Jan de Wit door de Buurt wandelde! Ik vergeet niet wat een mooi meisje ik je vond toen ik je voor het eerst bij v.d. Berg zag lopen. Hoe ik later bij Jan de Vries naar uitvluchten zocht om jou op de stoep te zien! Dit is niet alles. Er is nog veel meer. Ik hoop dat jij hetzelfde had.
-
Ik zit in de put maar ik herinner me één van mijn mooiste dagen:Toen we op een mooie middag samen bij de pont koffie dronken. Maar dat doen we later wel weer eens.Gisteren heb ik gelopen tussen een broeder en een zuster.Met de stok.We vorderen.Tot zondagmiddag.
-
Kaart aan mama. 5e verdieping ziekenhuis:
Ik hou van je.Op naar de volgende 46 gelukkige jaren.
-
Kaart aan papa, verpleeghuis, kamer 422:
Doe je best en houd moed!
afzender mama
-
Brief aan mama:
Mama,
Geregeld 's morgens sneeuw.Ik denk aan die mooie dagen, toen we door de dichtbesneeuwde bossen reden.Maar na deze winter komen nog meer winters en ook voorjaren.Ik hoop dat we weer snel naar de dotters en sleutelbloemen kunnen.Maar eerst naar huis. Naar de kanarie en de vissen en vergeet de klokken niet.En naar mama, die komt als ik haar roep wanneer ik het moeilijk heb.Het eten was best. Maar thuis is beter. Als ik over vijf of zes weken naar huis kom mama, zorg dan dat je er ook bent. Weer thuis, samen met mij, gezond en wel.Zolang er hoop is is er leven. Maar het valt soms niet mee. Mama houd moed, dan komt alles weer goed.Nu is het wachten op tante Greet. Maar liever nog een van onze dochters. In ieder geval: zondag kom ik weer. Dan breng ik rozen voor je mee.Tot ziens.-
Jan.
-
Kaart aan mama-
Welkom thuis
-
Brief aan mama-dinsdag:
Mama,
Welkom thuis. Ik vind het jammer dat ik er niet bij kan zijn, maar je hebt je dochters gelukkig. Ik hoop, dat je de rozen mooi vindt. Nu je thuis bent mag ik hopelijk zaterdag en zondag weer naar huis. Het is niet zo lang, maar het is vast wat. Nu moet je eerst beter worden. Niet op de fiets hierheen komen hoor! Als je graag wilt komen, neem je maar een taxi en denk erom: veel en goed eten. Kon je hier maar een poosje eten. Hier moet je wel groeien.Tot zaterdag-
Jan.
-
Heimwee en hoop-"Bezigheid" woensdag:
-
Uit de nevelen zal de dag zeker eenmaal rijzen
Als ik ook de dag zal beleven
dat ik op mijn aardse tocht
onder weemoed, scherts of lijden
steeds naar 't hoogste zoeken mocht.
-
Wanhoop-Bestemd voor de heer K., die het ook hard nodig heeft
-
Geschoten is de adelaar
geknot in zijn schachten
hoe breed hij zijn vlerken ontplooi
met klauw en met snavel
beproeft hij zijn krachten
hij schuurt zich z'n kop aan zijn kooi
doch blijft achter tralies verdorren
der smart en der wanhoop ten prooi.
-
Ja, schoon kan de herfst soms wezen,
men rust als de taak is volbracht,
maar voor allen die 't eind van de herfst beleven
is 't meestal het eind van een smerige nacht.
-
Op de bodem van het leven
in de diepte van het hart
rust de weemoed en de smart
maar de hope rijst er neven
in gekoesterd mensenhart.
-
Neen, niet in de schole heb ik het gevonden
en van geleerden, och weinig geleerd
wat ons de wijzen als waarheid verkonden
straks komt er een wijze die 't weg redeneert.
-
Zelf moet je 't zoeken
zelf moet je 't vinden
mensch, in het hart
in het woord
in uw God
Anders zo spelen de wervelende winden
mensch, met uw hart
met uw woord
met uw lot.-
Iemand die altijd heimwee heeft.
----einde eerste deel---

Geen opmerkingen:
Een reactie posten